Het verleden van de Lichtwachter

Er gaat een bijzonder verhaal schuil achter het huis dat op eenzame hoogte over het voormalig eiland Schokland uitkijkt…

Eeuwenlang was Schokland een dichtbevolkt eiland in de Zuiderzee. Maar de zee rukte steeds verder op en het leven van de Schokkers werd zwaar. Zo zwaar zelfs dat Koning Willem III besloot dat Schokland moest worden ontruimd.

In 1862 kwam er een nieuw besluit: Schokland bleef dienen als vluchthaven voor vissers en schippers. Daarom bleef een aantal rijksambtenaren met hun gezin op het eiland wonen.

In 1901 werd een woning voor de lichtwachter gebouwd. De havenmeester/lichtwachter bewoonde dit huis.  Jan Spit was een van de lichtwachters, hij woonde op Schokland van 1923 tot 1940. Hij zorgde ervoor dat de haven, havenlichten en vuurtoren in bedrijf bleven. Ook werd er op zondag aandacht besteed aan de innerlijke mens: Verschillende dominees of de lichtwachter zelf, verzorgde een stichtelijk woord voor alle toehoorders in de haven.

Als je goed rondkijkt in de tuin van De Lichtwachter, zie je een grafsteen van Harm Smit en zijn vrouw. Harm Smit stamde uit een familie waarin de mannen drie generaties lang functies op Schokland hebben bekleed. Naast Rijkstelegraafkantoorhouder was Harm Smit tweede havenmeester en runde hij een winkeltje en klein postkantoor voor de vissers. Vanaf 1923 tot aan de inpoldering waren havenmeester Jan Spit en zijn vrouw en het gezin van Harm Smit de laatste bewoners van Oud Emmeloord.

Harm Smit, 'de laatste koning van Emmeloord' zoals hij door de vissers werd genoemd, verliet Emmeloord in 1939. Na zijn vertrek is hij er nooit meer geweest, hij wilde zich Schokland herinneren als eiland. Hij overleed in 1950 en vond met zijn vrouw zijn laatste rustplaats in Kampen. Toen hun graf in Kampen werd geruimd is de steen op verzoek van de nabestaanden in de tuin van de lichtwachterswoning geplaatst.

De Lichtwachter is erkend als rijksmonument vanwege de grote cultuurhistorische waarde, de architectuurhistorische waarde en de ensemblewaarde. Het complex is onderdeel van het UNESCO werelderfgoed Schokland.